Verslaafd aan alcohol, drugs, gokken, geen werk, geen inkomen, schulden, agressie en verstoorde verhoudingen binnen het gezin: voor volwassen thuiswonende zonen die kampen met deze problemen, lijkt het hulpaanbod niet aan te sluiten en dus stapelen de problemen zich op. Dit artikel, waarin enkele zonen aan het woord komen, is onderdeel van een driedelige serie waarin we inzoomen op de ervaren problemen van en veroorzaakt door thuiswonende volwassen zonen, vanuit het perspectief van de moeders, de hulpverleners en de zonen.

Als je als volwassen zoon wat langer thuis blijft wonen, dan hoeft dat niet problematisch te zijn. Ook al wordt ongehuwd zelfstandig wonen steeds gangbaarder onder jongeren met een Turks- of Marokkaans Nederlandse achtergrond, langer thuis wonen van zonen en dochters is geaccepteerd, omdat er vaak vanuit huis wordt getrouwd. Maar wat nu als je als thuiswonende volwassen zoon de veertig nadert en met een veelvoud aan problemen kampt? En je hulp – en ondersteuningstrajecten vroegtijdig afbreekt door gebrek aan motivatie?

Gebrekkige communicatie tussen ouders onderling en tussen ouders en zonen maken dat problemen nauwelijks worden opgelost en kunnen escaleren

Hoewel de multiproblematiek van de zonen een kluwen aan oorzaken kent, zijn er volgens de geïnterviewde zonen, moeders en hulpverleners enkele factoren die steeds komen bovendrijven bij de gezinnen die in beeld zijn bij hulpverleners. Als belangrijkste factor bij het ontstaan van de problemen wordt genoemd de instabiele thuissituatie, waaronder: (verbaal) geweld, (v)echtscheiding, armoede en schulden. Gebrekkige communicatie tussen ouders onderling en tussen ouders en zonen maken dat problemen nauwelijks worden opgelost en kunnen escaleren. Ook de puberteit wordt als belangrijke factor genoemd in het ontstaan van de problemen.

Dit artikel is gebaseerd op de niet-gepubliceerde voorverkenning ‘Onmacht ouders/moeders met inwonende volwassen zonen’, KIS, 2019. Hierin zijn zes moeders (met Turkse en Marokkaanse achtergrond), vier hulpverleners en twee zonen geïnterviewd. De problematiek is door het Steunpunt Mantelzorg Utrecht van welzijnsorganisatie U-Centraal gesignaleerd, waarna KIS een voorverkenning heeft verricht. In deze artikelenreeks worden de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen gedeeld.

Identiteitsproblemen

Daarnaast kampen zonen met identiteitsproblemen, waarbij ze thuis door de ouders, vaak vanwege middelengebruik, worden weggezet als ‘slechte moslim’ en ‘geen Marokkaan of Turk omdat ze de tradities niet naleven’, terwijl ze buitenshuis te horen krijgen dat ze ‘geen Nederlander zijn’. Dit draagt, volgens hulpverleners, bij aan een negatief zelfbeeld van de zonen en aan een verwijdering van de samenleving. Zo ervaart een 32-jarige thuiswonende zoon dat ook. Hij vertelt: 'Mijn problemen begonnen 11 jaar geleden toen mijn broer overleed. Op de basisschool ging het niet goed. Ik vond het leren moeilijk en had een grote taalachterstand. Thuis sprak ik alleen Turks met mijn ouders. Ik voelde me toen in de maatschappij buitengesloten vanwege mijn Turkse afkomst. Ik heb gewerkt als monteur. Op de werkvloer voelde ik me door collega’s gediscrimineerd. Ze legden het werk niet goed uit waardoor mijn werk fout ging of als de deadline niet werd gehaald, kreeg ik de schuld. Daarna heb ik de avondschool gevolgd op MBO-ROC. Ik vond dat de leraren slecht spraken over buitenlanders: zo zouden zij zorgen voor een daling van de huisprijs. Sommige leraren verheerlijkten de ideeën van Wilders. Dit vond ik heel erg.'

Een geïnterviewde hulpverlener signaleert dat deze zonen veel last hebben van gevoelens van uitsluiting. ‘Ze hebben het gevoel er nergens écht bij te horen. Ze leven tussen twee culturen, hebben een lage opleiding en vaak ook een laag IQ.’

De problematische relatie met de vader loopt bij de geïnterviewde zonen als een rode draad door hun verhalen

Slechte jeugd

Een instabiele thuissituatie kan de wortel zijn van problemen later in het leven, zoals blijkt uit het verhaal van een inwonende zoon. 'Op dit moment cijfer ik mezelf weg: ik gebruik drugs en drink alcohol. Ik heb een slechte jeugd gehad. Door mijn vader ben ik zowel lichamelijk als geestelijk mishandeld. Ook werd ik altijd thuis gekleineerd door mijn vader en werd mijn zus opgehemeld. Ik was altijd heel erg bang voor mijn vader. Pas dertig jaar later kwamen mijn zus en moeder erachter dat ik door vader lichamelijk en geestelijk werd mishandeld. Ik miste een vaderfiguur in mijn leven. Ik zocht compensatie buitenshuis voor datgene wat ik thuis miste.'

De problematische relatie met de vader loopt bij de geïnterviewde zonen als een rode draad door hun verhalen. Een zoon vertelt dat hij op jonge leeftijd door zijn vader naar een internaat in Turkije is gestuurd. Hij kon daar niet aarden en liep weg. Hierdoor is hij nog meer in een identiteitscrisis terechtgekomen en is zijn relatie met zijn vader verder geëscaleerd.

Over het algemeen geven een aantal zonen in de gesprekken aan dat zij wel oplossingen zien voor het verbeteren van hun situatie door bijvoorbeeld het volgen van een opleiding, betaald werk verrichten en een schuldsanering. Hierdoor kunnen zij een nieuwe start maken. Het is dan nog wel van belang dat sommige zonen wel eerst moeten werken aan bijvoorbeeld hun verslaving of agressiviteit, voordat zij deze nieuwe start kunnen waar gaan maken. Maar zo ver lijkt het nog niet: de geïnterviewde hulpverleners vinden het wrang dat er voor deze groep volwassen thuiswonende zonen geen passende hulp lijkt te zijn. ‘Ze moeten teveel op eigen kracht doen, terwijl zij helaas geen of amper zelfregie hebben.’ Over de oplossing zijn de geïnterviewde hulpverleners eensgezind: ‘Deze mannen hebben goede begeleiding nodig in het zelfstandig wonen: iemand die hen intensief helpt en die zij goed kunnen vertrouwen. Kortom iemand die hen aan het handje meeneemt!’

Dit is deel 3 uit een serie artikelen over thuiswonende volwassen zonen. Lees ook de andere artikelen vanuit het perspectief van moeders en hulpverleners.

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

5 + 13 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.