Media- en communicatieprofessionals spelen een belangrijke rol in het verminderen en versterken van stereotypen en vooroordelen. Wat kan je doen om niet (onbedoeld) discriminatie in de hand te werken? KIS-onderzoekers Hanneke Felten, Ikram Taouanza en René Broekroelofs geven zes do’s en don’ts voor journalisten en communicatieprofessionals.

 

Don’ts

1. Negatieve connotaties proberen te ontkrachten  

‘Niet alle vluchtelingen zijn crimineel’. Als iemand dat leest in de krant, zal diegene voornamelijk ‘vluchteling’ en ‘crimineel’ onthouden. Het woordje ‘niet’ onthouden mensen minder of gewoon zelfs helemaal niet. Toch komt dit woord vaak voor in krantenkoppen of nieuwsitems. Onbedoeld worden hiermee vooroordelen bij individuen versterkt. Dit gebeurt vaak zonder dat iemand het zelf in de gaten heeft; het gaat als het ware automatisch (Gawronski & Bodenhausen, 2006; Gawronski et al., 2008). Als je een stereotype herhaaldelijk gezien of gehoord hebt, dan hoef je er niet meer bewust over na te denken. Iedere keer dat je een stereotype opnieuw ziet of hoort, wordt de associatie in je brein versterkt. Herhaling zorgt ervoor dat stereotypen versterkt worden, óók als ze daarna weer onderuit worden gehaald.

2. Met één persoon proberen een stereotype te weerleggen 

Wanneer je stereotypen wilt verminderen, is het goed te weten dat het geen zin om slechts één persoon te laten zien die niet voldoet aan het stereotype. Die persoon wordt dan vaak gezien als uitzondering en niet als representatief beschouwd voor de hele groep (zie o.a. Felten, Emmen, Keuzenkamp, 2015; Richards & Hewstone, 2001; Hewstone & Hamberger, 2000; Taouanza, Felten en Keuzenkamp, 2016). Als je bijvoorbeeld een artikel schrijft over ervaringen met racisme, dan is het aan te raden om meerdere personen van kleur een podium te geven. Of wil je een artikel schrijven over succesvolle kleurrijke zakenvrouwen? Interview dan een grotere groep zodat er een divers beeld ontstaat van deze succesvolle vrouwen.

3. Veel ruimte geven aan negatieve sociale normen 

Wanneer mensen de indruk krijgen dat het normaal is om je negatief uit te laten over een bepaalde groep mensen, is de kans groter dat zij zelf hier ook aan mee gaan doen (Blanchard et al. 1994; Felten, Taouanza, Keuzenkamp, 2016). Wanneer in een krant bijvoorbeeld veel negatieve uitlatingen te lezen zijn over mensen die vaak te maken krijgen met discriminatie, dan kan dit de sociale norm worden. Dit kan gaan over bijvoorbeeld mensen die moslim zijn, mensen met een donkere huidskleur en / of andere mensen die worden gerekend tot een groep die in de minderheid is in de samenleving. Dit kan ook heel subtiel zijn: bijvoorbeeld wanneer journalisten woorden gebruiken als ‘vluchtelingenstroom’ of ‘vluchtelingentsunami’. Lezers die deze woorden herhaaldelijk onder ogen krijgen, hebben zo het idee dat Nederland ‘overspoeld’ wordt door nieuwkomers terwijl feitelijk het aantal vluchtelingen dat in Nederland asiel aanvraagt een relatief kleine groep is. Hetzelfde geldt voor de ‘minder minder’-uitspraak van Geert Wilders, die nog geregeld terugkomt op televisie en in online nieuwsberichten. Hoe vaker mensen dergelijke negatieve sociale normen horen, hoe meer ze denken dat anderen het ‘normaal’ vinden en er naar gaan handelen. Door veel ruimte te geven aan discriminerende meningen, is de kans groter dat meer mensen gaan discrimineren. 

4. Kleurenblindheid nastreven

 ‘Ik zie geen kleur’. Dat is vaak te horen in discussies over racisme. Zo’n uitspraak duidt op het gegeven dat sommige mensen de wens hebben om te doen alsof verschillen in huidskleur er niet zijn en iedereen als individu te behandelen (Richeson & Nussbaum, 2004). Dat klinkt sympathiek. Maar omdat in de samenleving verschillen in huidskleur en afkomst echter wel degelijk gepaard gaan met discriminatie, kan deze houding ertoe leiden dat de ervaringen van mensen van kleur ontkend worden en de aanpak van racisme en discriminatie bemoeilijkt wordt (Anderson, 2010). Uit onderzoek komt ook naar voren dat mensen die proberen ‘kleurenblind’ te zijn juist meer vooroordelen laten zien in plaats van minder (Poteat & Spanierman, 2012; Richeson & Nussbaum, 2004). Erkennen dat discriminatie op basis van afkomst en huidskleur een maatschappelijk probleem is, is daarom cruciaal. Voor journalisten betekent dit dat het goed is om te weten dat zij niet hun best moeten doen om het onderwerp huidskleur te vermijden. Sterker nog: schrijven over de maatschappelijke gevolgen van verschillende huidskleuren getuigt juist van het serieus nemen van het probleem van racisme. 

Tekst gaat verder onder het kader

Wat is het verschil tussen een impliciete en expliciete houding? 

Mensen zijn zich niet altijd bewust van hun vooroordelen en stereotypen. Bewuste, weloverwogen vooroordelen en stereotypen noemen we expliciet. De meer onbewuste houding noemen we impliciet. Bij impliciete vooroordelen en stereotypen gaat het om associaties die direct actief worden in je brein zonder dat je zelf het in de gaten hebt. De expliciete en impliciete houding komen niet altijd overeen. Zo kan het zijn dat een wit iemand discriminatie en vooroordelen afwijst maar toch een ‘niet pluis’-gevoel krijgt ten aanzien van een zwarte man in een dure auto.

 

Do’s

1. Geef ruimte aan mensen die discriminatie afkeuren

Door in media meer ruimte te geven aan mensen die discriminatie afkeuren, wordt er een belangrijke bijdrage geleverd aan het verminderen van discriminatie. Wanneer we denken dat anderen het niet goed vinden om te discrimineren, gaan mensen ook meer hun best doen om zich minder discriminerend gedragen (zie o.a. Monteith, Deneen, Tooman 1996; Tankard & Paluck, 2016). Dit heet ‘je gedragen naar de sociale norm’. Hetzelfde principe geldt bijvoorbeeld voor roken of alcohol drinken. Wanneer vrienden of klasgenoten dat afkeuren, is de kans een stuk kleiner dat jongeren zelf ook gaan roken of alcohol gaan drinken (Perkings, 2003).

2. Laat diversiteit (binnen een groep) zien 

Bij het doorbreken van stereotypen is het belangrijk dat je een grote groep diverse mensen laat zien uit een groep die vaak gestereotypeerd wordt (Felten et al. 2015). Deze groep moet onderling divers zijn en idealiter worden zowel de verschillen als de overeenkomsten duidelijk uitgelicht (Hewstone, 2000). Een voorbeeld: wanneer je een reportage maakt over de positie en ervaringen van moslimvrouwen op de arbeidsmarkt is het aan te bevelen – in het geval als je stereotypen wilt doorbreken – om de verschillen tussen de vrouwen aandacht te geven (diverse beroepen, verschillende opleidingsniveaus, verschillend in afkomst etc.) en te voorkomen dat deze islamitische vrouwen worden gezien als een homogene groep.

3. Zet in op empathie om vooroordelen te verminderen 

Wat werkt om negatieve gevoelens – ook wel ‘vooroordelen’ genoemd – te verminderen ten aanzien van mensen die tot een minderheidsgroep behoren, is inleven en empathie (zie o.a. Todd & Galinsky, 2004; Batson & Ahmed, 2009). Wanneer je voelt of ziet wat de gevolgen van discriminatie zijn voor iemand anders, dan wordt je inlevingsvermogen vergroot en nemen vooroordelen af. Denk aan documentaires (bijvoorbeeld ‘Verdacht’) of interviews waarin de kijker of lezer de wereld ziet vanuit het perspectief van iemand die veel te maken heeft met discriminatie. Zeker wanneer de onrechtvaardigheid wordt onderstreept, kan dit leiden tot minder vooroordelen ten aanzien van mensen uit de betreffende groep. Verschillende studies laten zien dat inleven in het perspectief van een ander (van een andere groep), zorgt voor zowel een betere impliciete houding als expliciete houding naar mensen uit die andere groep (Vescio, Sechris, Paolucci, 2003).

 

Over de auteurs

Hanneke Felten, Ikram Taouanza, en René Broekroelofs doen al jaren onderzoek naar vooroordelen en stereotypen in de maatschappij bij Kennisplatform Integratie & Samenleving en Movisie. Daarvoor hebben zij honderden wetenschappelijke artikelen doorgespit met de vraag ‘Hoe kun je discriminatie effectief verminderen’? Uitkomsten lees je in het dossier: ‘Wat werkt om discriminatie te verminderen’?

 

Anderen bekeken ook

3 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Hallo, zijn vooroordelen altijd negatief? Voorbeeld: de uitspraak "Afrikanen hebben zo'n ritmegevoel" Die uitspraak is wel naïef en geberaliserend maar is niet kwaadaardig.
Het voorbeeld wat u noemt is een stereotiep. Stereotypen (=generalisaties, ofwel een overdreven beeld van een bepaalde groep) kunnen zowel positief als negatief zijn. Vooroordelen - als de Nederlandse vertaling van 'prejudice' - daarentegen zijn altijd negatief: het zijn namelijk de negatieve gevoelens t.a.v. een persoon of groep op basis van bijvoorbeeld afkomst of huidskleur. Overigens kunnen helaas ook positieve stereotypen, gepaard gaan met negatieve opvattingen over de betreffende groep mensen. Zie oa dit onderzoek: Kay, A. C., Day, M. V., Zanna, M. P., & Nussbaum, A. D. (2013). The insidious (and ironic) effects of positive stereotypes. Journal of Experimental Social Psychology, 49(2), 287-291.
De uitspraak "Afrikanen hebben zo'n ritmegevoel" is misschien niet kwaadaardig, maar wat zeg je hier nou eigenlijk mee? Is Afrika een land?

Jouw bijdrage

9 + 10 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.