Artikel

Les over vooroordelen en stereotypen op school: is bewustwording wel echt de eerste stap?

Artikel - 7 november 2018

‘Bewustwording is het allerbelangrijkst’. In de aanpak van discriminatie is dit een belangrijke principe. Veel antidiscriminatie-methoden in het onderwijs zijn erop gericht dat leerlingen zich bewust worden van hun eigen vooroordelen en stereotiepe beelden. KIS-onderzoekers bestudeerden honderden wetenschappelijke artikelen over vooroordelen en stereotypen. En dat zorgde voor twijfels bij hen over de effectiviteit van ‘bewustwordingsles’ voor scholieren.

Leestijd: 9 minuten

Stel je de volgende situatie voor: een schoolklas van 12- en 13-jarigen krijgt een les in ‘vooroordelen en stereotypen’. Als introductie op de les, vraagt de speciaal ingehuurde gastdocent of de leerlingen voorbeelden willen noemen van stereotiepe beelden die zij zelf hebben. De leerlingen komen door deze oefening ‘lekker los’ en noemen het ene na het andere voorbeeld. Vervolgens gaat de gastdocent uitleggen dat deze stereotypen niet kloppen of laat de jongeren een oefening doen waardoor ze zelf merken dat hun ideeën vaak niet juist zijn. Bijvoorbeeld: de leerlingen ontdekten dat de vrouw met de mooie jurk op de foto helemaal niet een verpleegkundige is, maar bij de brandweer werkt. De leerlingen leren dat iedereen, dus ook zijzelf, stereotypen en vooroordelen hebben, en dat het belangrijk is om je hier bewust van te zijn.

Dit lijkt in eerste instantie een nuttige les voor de leerlingen. Het klinkt ook heel logisch: wanneer je eenmaal bewust bent dat je zelf vooroordelen en stereotypen hebt, kun je ook jezelf bijsturen. En een paar jaar geleden hadden KIS-onderzoekers Hanneke Felten, Ikram Taouanza en René Broekroelofs dat ook gevonden. Maar na het bestuderen van honderden wetenschappelijke artikelen over hoe vooroordelen en stereotiepe beelden ontstaan en hoe je ze vermindert, vrezen zij dat deze aanpak wellicht niet de meest logische eerste stap is in het onderwijs. De onderzoekers hebben hiervoor drie redenen.

Reden 1: stereotypen herhalen = stereotypen versterken

Als je herhaaldelijk beelden ziet van homomannen met roze en glitters, maak je op een gegeven moment zelf die associatie wanneer je het woord ‘homo’ leest

De eerste reden is dat stereotypen versterkt worden wanneer je deze herhaalt. Stereotypen zijn overdreven beelden of opvattingen over mensen uit een groep. Een voorbeeld: bij het woord ‘homo’ denken sommige mensen misschien meteen aan de kleur roze en glitters. Stereotypen ontstaan door veelvuldig een bepaald type beeld te horen, te zien of te lezen. Als je bijvoorbeeld herhaaldelijk beelden ziet van homomannen met roze en glitters, maak je op een gegeven moment zelf die associatie wanneer je het woord ‘homo’ leest of een man vertelt dat hij homoseksueel is. Ook al kun je rationeel bedenken dat er vast homomannen zijn die helemaal niet van roze en glitter houden, de associatie wordt toch automatisch actief in je brein (zie o.a. Devine, 1989 en Gawronski & Bodenhausen, 2006). En iedere keer dat je ziet dat homomannen gekoppeld worden aan roze en glitter, wordt de associatie sterker.

Door leerlingen in de klas stereotypen te laten benoemen, kunnen ze zich inderdaad bewust worden dat zij stereotiepe beelden hebben. Maar tegelijkertijd worden stereotypen hierdoor ook versterkt. Ondanks dat er wordt geprobeerd deze stereotypen naderhand te ontkrachten. Want stereotypen ontkennen werkt niet. In een bekend experiment van Gawronski uit 2008 moesten deelnemers iedere keer op de ‘nee’ knop drukken wanneer ze merkten dat ze een stereotiepe beeld zagen. Wat gebeurde? Na afloop hadden de deelnemers meer stereotiepe ideeën dan voordat ze deelnamen aan het experiment.

groepsdiscussie

Reden 2: motivatie is cruciaal

Het goede nieuws is dat het stimuleren van bewustwording van stereotypen, ook mogelijk is zonder eerst alle stereotypen uitgebreid hardop te herhalen met de hele klas. Je kunt leerlingen ook op andere manieren confronteren, bijvoorbeeld door het maken van een zelftest, zoals te vinden op www.onderhuids.nl/test-jezelf.

Uit eerder KIS-onderzoek blijkt dat geconfronteerd worden met je eigen stereotiepe beelden en vooroordelen effectief kan zijn in het geval dat deelnemers vooraf gemotiveerd zijn om eigen vooroordelen en stereotypen te veranderen. Intrinsieke motivatie is een voorwaarde voor bewustwording. Alleen mensen die gemotiveerd zijn, worden zich bewust van vooroordelen en stereotypen die zij zelf hebben. Deze mensen gaan zich schuldig of op een andere manier vervelend voelen wanneer ze merken dat ze vooroordelen of stereotypen hebben en doen vervolgens hun best om hun gedrag aan te passen (zie o.a. Burns, Monteith en Parker, 2017; Monteith, Ashburn-Nardo, Voils & Czopp, 2002).

Bewustwording kan dus zeker een zinnige aanpak zijn. Er zijn verschillende praktijkinterventies positief geëvalueerd waarin dit principe – als een van de strategieën – is toegepast en waarin ook na een aantal weken nog effect is gevonden (zie onder andere Carnes et al. 2015; Devine, Forscher, Austin, Cox, 2012; Devine, Forscher, Cox, Kaatz, Sheridan, Carnes, 2017). Echter, zoals gezegd, een cruciale voorwaarde is dat deelnemers gemotiveerd zijn voordat er ingezet wordt op bewustwording. Hoe doe je dat? Bijvoorbeeld door deelnemers zich vrijwillig te laten aanmelden voor de cursus, zo doen alleen de mensen mee die dit ook echt zelf willen. In een schoolklas is van vrijwilligheid natuurlijk geen sprake en is de kans zeer groot dat er ook leerlingen meedoen die helemaal geen motivatie hebben om hiermee aan de slag te gaan. Dit is dus de tweede reden dat de KIS-onderzoekers twijfelen aan ‘bewustwording’ als goede aanpak voor het verminderen van discriminatie in het onderwijs, Bewustwording bij die doelgroep proberen te creëren zorgt vooral voor weerstand en werkt vaak averechts. Tenzij er eerst hard wordt gewerkt aan het motiveren van leerlingen, is het inzetten op bewustwording van een schoolklas dan ook niet voor de hand liggend.

Reden 3: pubers zijn slecht in zelfcontrole

Puberhersenen zijn nog nog niet goed in staat zijn om zelfcontrole uit te oefenen

De derde reden waarom KIS twijfels heeft bij de effectiviteit van ‘bewustwordingsles’ voor scholieren is de meest cruciale. De bedoeling van bewustwording, is dat mensen vervolgens leren om vooroordelen en stereotypen onder de duim te houden. Wanneer je jezelf betrapt op vooroordeel of een stereotiepe beeld, roep jezelf als het ware ‘tot de orde’ en zorg je dat je niet handelt naar je stereotiep of vooroordeel (Amodio, Devine, Harmon-Jones, 2008). Maar het jezelf monitoren en controleren van je gedrag is niet eenvoudig en vraagt veel aandacht, energie en focus. Niet iedereen kan dat even goed en zeker niet iedereen kan dat altijd. Onder meer wanneer je bent afgeleid, is het moeilijker om je vooroordelen onder controle krijgen (Blair, 2002; Bodenhausen, 1990; Richeson, et al., 2003) maar ook wanneer je moe bent of slaperig (Ghumman & Barnes, 2013). Maar nog belangrijker: bij pubers werkt een aanpak van zelfcontrole waarschijnlijk überhaupt niet. Het lijkt erop dat hun hersenen nog niet goed in staat zijn om zelfcontrole uit te oefenen (Casey, 2015; Nairn & Fine, 2008; Steinberg, 2008; Steinberg et al., 2016).

Zoals ontwikkelingspsycholoog Eveline Crone uitlegt in haar boek ‘Het puberende brein’ is de prefrontale cortex nog niet goed ontwikkelt bij pubers. Het onderdrukken van impulsen, is daarom juist voor hen erg moeilijk. Dit geldt in het bijzonder in situaties van ‘peer pressure’, zo stelt Crone, de beloning om er bij te horen is erg belangrijk. Dus ook al doet een puber zijn best om zichzelf te beheersen, wanneer een puber denkt dat gedrag normaal wordt gevonden onder de ‘peers’ is de kans groot dat de puber het zelfde gedrag gaat toepassen, zoals dat vaak gezien wordt bij risicogedrag zoals roken. Wij verwachten dat het met discriminerend gedrag niet anders is. Uit onderzoek van Casey en Caudle (2013) blijkt ook dat zelfcontrole voornamelijk faalt als dit in combinatie is met een emoties. In the heat of the moment zal de puber niet snel beslissen om zich in te houden op stereotypen of vooroordelen. Dus ook al weet een puber heel goed dat hij een stereotiepe beeld heeft van homomannen en dat dit niet klopt, het is moeilijk voor hem of haar om daar naar te handelen wanneer het gangbaar is om in de vriendenkring iemand ‘homo’ te noemen als hij zich ‘te vrouwelijk’ gedraagt.

puber

Concluderend: slagingskans bijzonder klein

Dus stel dat een puber (a) erg gemotiveerd is om zijn of haar eigen vooroordelen en stereotypen te onderdrukken, en (b) de puber in kwestie de aandacht en focus heeft om zichzelf hier regelmatig op te monitoren, dan moet deze puber vervolgens nog in staat zijn om (c) de impuls te onderdrukken te handelen naar een stereotype of vooroordeel ondanks de peer pressure van zijn klasgenoten. Dit alles bij elkaar, maakt de kans dat deze puber daarin slaagt, bijzonder klein.

Wat kan dan wél helpen?

Methoden gericht op bewustwording van vooroordelen en stereotypen inzetten bij scholieren, ligt dus niet voor de hand. Toch gebeurt dit wel veel, onder meer omdat vaak wordt gedacht dat bewustwording een noodzakelijk eerste stap is. Zonder bewustwording, kom je niet af van je vooroordelen en stereotypen, is vaak de gedachte. Dat is niet juist. Vooroordelen en stereotypen kunnen verminderd worden, zonder dat een persoon zich hier van bewust is. Sterker nog: wanneer mensen afgeleid zijn en er niet goed bij stil staan dat het doel van een methode is om hun stereotypen te veranderen, dan is het makkelijker om stereotypen te veranderen (Yzerbyt, Coull, Rocher, 1999; Moreno & Bodenhausen, 1999).

Elkaar leren kennen

Een bewezen manier om vooroordelen en stereotypen te veranderen is via de ‘contacttheorie’: het ontmoeten van iemand die wordt gerekend tot een ‘andere’ groep. Wanneer bijvoorbeeld een witte jongere en een moslimjongere elkaar echt leren kennen, zich inleven in elkaars positie, empathie gaan ervaren voor elkaar en hun angst voor elkaar verminderen, dan is de kans groot dat de vooroordelen en stereotypen worden verminderd ten aanzien van het individu en ten aanzien van de hele groep en dit effect is zelfs groter bij kinderen dan volwassenen. De jongeren kunnen dan een positief gevoel ontwikkelen bij iemand met een andere religie, huidskleur of culturele achtergrond.

Dit betekent dat methoden gericht op bewustwording in de praktijk mogelijk wél effect hebben. Niet omdat er bewustwording plaatsvindt bij de scholieren, maar omdat de persoon die voor de klas staat de jongeren het perspectief laat zien van iemand die te maken heeft met discriminatie. Voor witte jongeren kan het bijvoorbeeld een geheel nieuwe ervaring zijn om écht te luisteren naar de ervaringen van racisme van een zwart persoon, en zich hierin in te leven en te verplaatsen in diens situatie.

Een variatie op de ‘contacttheorie’ is de ‘extended contact theorie’: het zien van een vriendschap tussen iemand uit de ‘eigen groep’ en de andere groep. Dit leidt tevens tot minder vooroordelen, weten we uit onderzoek.  Een andere variatie op de contacttheorie is bewustwording via film, boeken of theater. Dit wordt ook wel de ‘parasociale contact theorie’ genoemd. Je ontmoet dan niet ‘in het echt’ iemand, maar kijkt wel via bijvoorbeeld een film mee vanuit zijn of haar perspectief.

contact

Sociale normen manipuleren

Een andere zinvolle aanpak is sociale normen te manipuleren. Wanneer jongeren zien dat andere – het liefst populaire – jongeren zich uitspreken tegen discriminatie en merken dat racisme en homofobie niet ‘cool’ zijn, is de kans groot dat jongeren ook hun best zullen doen niet te discrimineren.

Geen gemakkelijke boodschap

Het is ook beter om groepsnormen op school aan te pakken

KIS-onderzoekers Felten, Taouanza en Broekroelofs verwachten dat het dus niet zo zinvol is om te proberen via ‘bewustwordingsles’ scholieren bewust te laten worden dat zij negatieve gevoelens of beelden hebben van bepaalde groepen mensen. In plaats daarvan lijkt het hen zinvoller om te proberen negatieve gevoelens of beelden die scholieren mogelijk hebben van bepaalde groepen mensen, te verminderen via persoonlijk contact met iemand anders of via het zien of lezen van ervaringsverhalen. En in plaats van te proberen alle individuele scholieren te veranderen, is het ook beter om groepsnormen op school aan te pakken zodat discriminerend gedrag en stereotiepe ideeën niet beloond worden.

De conclusie van dit artikel is geen makkelijke boodschap: inzetten op meer bewustwording bij scholieren is een zeer gangbare aanpak van discriminatie die plausibel klinkt en niet vaak betwist wordt. Voordat KIS startte met de onderzoeken, vonden de onderzoekers dit ook een voor de hand liggende aanpak. Onderzoeker Felten licht toe: ‘Wij hopen dat ons artikel aanleiding is voor een gesprek over welke aanpakken wel en niet effectief zijn bij het verminderen van discriminatie. De vraag óf discriminatie aangepakt moet worden, staat niet ter discussie. Discriminatie is een groot maatschappelijk probleem dat vraagt om stevige goed onderbouwde interventies. Wij hopen dan ook dat de inzet van alle mensen die zich inzetten tegen discriminatie onder scholieren onverminderd groot blijft. Wij bewonderen al die professionals en vrijwilligers die zich in de praktijk met enorme expertise, passie en enthousiasme inzetten tegen discriminatie en voor gelijke behandeling. Discriminatie de wereld uit helpen is namelijk een zeer complexe maar uiterst belangrijke uitdaging. Mogelijk dat dit artikel hen helpt om met dit belangrijke en mooie werk nóg meer effect te bereiken.’

Dit artikel is geschreven door KIS-onderzoekers Hanneke Felten, Ikram Taouanza en René Broekroelofs. Zij refereren in dit artikel aan diverse wetenschappelijke onderzoeken. Waar mogelijk is in de tekst een link toegevoegd naar de desbetreffende bron. De volledige literatuurlijst download je hier. Meer weten over de aanpak van discriminatie? Neem contact op met Hanneke Felten via h.felten@movisie.nl.

Anderen bekeken ook

Discriminatie kent vele uitingsvormen. Islamofobie, afrofobie, antisemitisme en homofobie zijn slechts enkele voorbeelden. De aanpak ervan richt zich meestal niet op het verminderen van een specifieke vorm maar op discriminatie in het algemeen. Dit lijkt een stuk efficiënter dan voor iedere vorm van discriminatie een aparte interventie of methode ontwikkelen. Is dat ook zo?

Contactpersoon

  h.felten@movisie.nl
  06-55440654
  r.broekroelofs@movisie.nl
  06-55440532

Reageer