Artikel

Minder ‘wij-zij’, hoe krijg je dat voor elkaar?

Artikel - 6 juli 2017

Hoe versterken gemeenten de sociale binding om polarisatie tussen bevolkingsgroepen tegen te gaan? KIS organiseerde in samenwerking met gemeente Utrecht een kennisatelier met gemeenten en maatschappelijke organisaties om antwood te vinden op die vraag. 'Goed kunnen omgaan met diversiteit is een voorwaarde om de binding tussen mensen te versterken.'

De afgelopen decennia is onze samenleving gekanteld van een levensbeschouwelijk bestuurde samenleving naar een identiteitsgestuurde samenleving. Anders gezegd: identiteit is ontzettend belangrijk geworden. En dan vooral de zogenoemde primaire identiteiten op basis van nationaliteit, etniciteit en religie. ‘Die verschuiving in de samenleving is niet zonder risico’s’, stelt Hans Boutellier (woordvoerder KIS en wetenschappelijk directeur Verwey-Jonker Instituut) in de inleiding van de bijeenkomst. ‘En polarisatie moeten we zien tegen die achtergrond.’

Het woord ‘polarisatie’ werkt al polariserend

'We moeten wel eerst onderkennen dat er verschillen zijn tussen mensen'

Deze middag praten professionals van gemeenten en uiteenlopende maatschappelijke organisaties hoe gemeenten polarisatie kunnen verminderen. En vooral hoe ze de sociale stabiliteit en de lokale binding tussen groepen inwoners versterken. Want het woord ‘polarisatie’ werkt al polariserend – aldus enkele aanwezigen. Gemeente Nijmegen heeft het zelfs geschrapt uit haar beleidstaal en communicatie-uitingen.

Maar, reageert Rafza Hussainali van gemeente Ede, bij het bewerkstelligen van binding tussen inwoners moeten we open staan voor de verschillen tussen mensen. ‘Het gaat niet om het managen van diversiteit, maar om het managen van de verschillen tussen mensen. Maar dan moeten we wel eerst onderkennen dat er verschillen zijn. Aan de beleidstafel mag je echter bijna niet zeggen dat er verschillen zijn tussen mensen.’ Diversiteit productief maken, daar draait het volgens Boutellier om. De gemeente, of het land, die dat doet, heeft de beste papieren voor de toekomst.

Wat werkt?                                                                                            

Volgens KIS-onderzoeker Rozetta Meijer zijn er weinig projecten binnen of buiten gemeenten die zich expliciet richten op het tegengaan van polarisatie. Ook is niet veel bekend over de effectiviteit van landelijke campagnes als Dare to be Grey en Zie jij kleurverschil.

Ondanks dat weinig aanpakken zijn geëvalueerd, kunnen we volgens Meijer wel zeggen wat in potentie zou werken bij initiatieven tegen polarisatie:

1. Activiteiten die zich richten op het gemeenschappelijk belang of doel
Dat verbindt meer dan praten over het verschil. Voorbeeld: Opzoomer Mee in Rotterdam.

2. Focus op het midden
Volgens Bart Brandsma (expert in polarisatie) zijn er bij bijvoorbeeld het debat over Zwarte Piet of vluchtelingen zogenoemde pushers, felle voor- en tegenstanders die brandstof leveren voor het wij-zij-denken. Tussen deze pushers is een groot gebied van the silent: de zwijgende meerderheid die een genuanceerde(re) mening heeft, maar die bij dergelijke onderwerpen niet hoorbaar is. Activiteiten die zich richten op deze groep kunnen de sociale binding versterken. Voorbeeld: Dare to be Grey.

3. Het vertellen van verhalen
Initiatieven die stereotypering ontbreken. Voorbeeld: honderden leden van de Correspondent interviewden vluchtelingen over hun nieuwe bestaan in Nederland.

4. Diepgaand contact
Diepgaandere contacten doorbreken stereotyperingen. Organiseer dat op plekken waar al contact plaatsvindt, denk aan een schoolklas of op een sportclub. Oppervlakkige contacten kunnen vooroordelen daarentegen juist versterken.

5. Dialoog, onder bepaalde omstandigheden
Dialoog is misschien wel de meest gebruikte methode om afstand tussen groepen te voorkomen en vooroordelen te verminderen. Maar het werkt alleen onder bepaalde voorwaarden. Een goede gespreksleider die grenzen stelt, is noodzakelijk. Als alles gezegd mag worden kan dit polarisatie versterken. Begrip voor hoe mensen aan opvattingen zijn gekomen, is van belang. Dialoog kan de angst voor de ander verminderen en de empathie vergroten. Ook is het zaak om te voorkomen dat de ander wordt gezien als de uitzondering op de rest. Verder is een dialoog geen geschikte vorm als de wij-zij-gevoelens al ‘vergevorderd’ zijn. Lees hoe een dialoog vooroordelen over ‘de ander’ vermindert.

Een medewerker van de Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) vult aan dat initiatieven die zich richten op meerdere bevolkingsgroepen goed lijken te werken. ‘Dan gaat het verhaal niet rondzingen dat bijvoorbeeld andere groepen worden voorgetrokken.’

Geen blauwdruk voor wijken

'Als iets goed werkt in Delfshaven, werkt het nog niet in Ommoord'

Polarisatie aanpakken, dat moet vooral ‘in vredestijd’ plaatsvinden. Alle aanwezigen lijken het daarover eens, ook bij de gesprekstafels waarin wij-zij-denken in verschillende contexten wordt besproken. Een belangrijke taak is hierbij weggelegd voor wijkprofessionals, die wederkerige relaties moeten aangaan in buurten. ‘Maar je moet een initiatief niet als een blauwdruk op een andere wijk leggen. Als iets goed werkt in Delfshaven, werkt het nog niet in Ommoord.’

Maatwerk blijft het devies, stellen ook de professionals die zijn aangeschoven bij de gesprekstafel over gemeentelijk beleid: ‘Er moet structureel een sterk team van professionals in de wijk aanwezig zijn dat werkt aan de preventie. Iedere “ongewone” signalering, vraagt vervolgens om maatwerk.’ Hierdoor blijft de aanpak van gemeenten wel incidenteel, merkt iemand op.  

polarisatie op school

In de klas

Ook het onderwijs wordt besproken als plek waar wij-zij-gevoelens tot uiting komen, maar ook voorkomen kunnen worden. ‘Leraren, en niet alleen die van maatschappijleer, moeten beter toegerust worden om lastige onderwerpen bespreekbaar te maken’, zegt Hans Bellaart (portaalcoördinator KIS). Vaak ligt het probleem bij het schoolbestuur, reageert iemand. Het management erkent niet snel dat er problemen spelen op een school. Een andere deelnemer voegt toe: ‘Een docent mag wel een training volgen over radicalisering, maar diezelfde docent heeft vervolgens geen tijd en ruimte om daarmee in de klas aan de slag te gaan.’

Een goed vehikel om wél het gesprek in de klas aan te gaan is de theatervoorstelling Jihad, aldus Claire Boelema van gemeente Delft. ‘Ik ben zelf bij een aantal voorstellingen geweest waarbij we voor- en nagesprekken voerden. Dat nagesprek gaat niet zozeer over radicalisering, maar over discriminatie en thuis voelen in Nederland.’ Ook andere aanwezigen kennen de voorstelling. ‘Je komt tot de kern, bij de onderwerpen waar het schuurt.’

Mediawijsheid

Een andere plek waar polarisatie tot uiting komt is online, voornamelijk op social media. Volgens de aanwezigen is juist het ‘grijze midden’ daar niet te horen. De politiek – landelijk of lokaal – gooit soms juist olie op het vuur, hetzij onbedoeld. Een oplossing zou zijn om als gemeente inclusief te communiceren en bijvoorbeeld zichtbaar te maken wat je als gemeente doet tegen discriminatie. Ook het bevorderen van mediawijsheid is belangrijk: ‘Integreer mediawijsheid in regulier aanbod van zowel onderwijs als welzijn. Vaardigheden over omgaan met social media, fake news en fatsoensnormen kunnen aangeleerd worden’, vat Rozetta Meijer het samen.

Buurtinitiatieven

Of een initiatief buurtbewoners bindt, heeft ook te maken met eigenaarschap. Met andere woorden: lopen mensen er zelf warm voor? Halleh Ghorashi (hoogleraar diversiteit en integratie) stelt in dit artikel dat verbindende initiatieven in de wijken het duurzame antwoord zijn op polarisatie. Die initiatieven moeten we volgens haar koesteren en fundament geven. ‘Als je verbinding in de buurt wilt bewerkstelligen, zet dan vooral in op doe-activiteiten die zich niet in de eerste plaats richten op het overbruggen van verschillen maar op gedeelde belangen, zoals samenwerken aan een veilige en schone straat of een gezamenlijke moestuin’, zo kan de discussie hierover worden samengevat. ‘Maar het gevaar bestaat wel dat uitsluitend bepaalde groepen mensen hierop af komen, waardoor vooroordelen juist worden bevestigd. De gemeente kan helpen om dat te doorbreken. aldus Annemarie van Hinsberg (KIS-programmaleider bij Movisie).

Een rode draad in de discussie is dat het goed kunnen omgaan met diversiteit een voorwaarde is om de sociale binding te versterken. Dat vereist niet alleen intercultureel vakmanschap van professionals, maar ook beleidsmatige aandacht van gemeenten en management van instellingen. Een krachtige communicatie vanuit de gemeente dat de woningtoewijzing naar statushouders in evenwicht is met de toewijzing van woningen aan andere bewoners, kan bijvoorbeeld de voeding voor polarisatie al een groot stuk wegnemen. Daarbij moeten gemeenten niet alleen reageren op incidenten, maar ook een visie ontwikkelen op het omgaan met diversiteit en het tegengaan van wij-zij-gevoelens.

 

Hoe neem je weerstand weg en versterk je de lokale samenleving?
Onze diverse samenleving geeft soms wrijvingen. KIS onderzoekt wat er nodig en mogelijk is om als gemeente de zorgen bij bewoners weg te nemen. In augustus komt KIS met een rapport dat aanknopingspunten biedt om de veerkracht in de samenleving te versterken. Meer over dit project.

 

Anderen bekeken ook

Zwarte Piet, de komst van vluchtelingen of een nieuw asielzoekerscentrum in de wijk zijn onderwerpen waarbij voor- en tegenstanders vaak lijnrecht tegenover elkaar staan. Ook gemeenten signaleren toenemende wij-zijgevoelens, vooral wanneer het gaat over de multiculturele samenleving. Hoe kunnen gemeenten omgaan met zogenoemde 'boze burgers'? En welke interventies kunnen zij daarvoor inzetten?

Contactpersoon

  a.vanhinsberg@movisie.nl
  030-7892114
  hbellaart@verwey-jonker.nl
  06-40082873

Reageer