KIS beschreef begin 2016 dertien praktijkvoorbeelden die in Nederland zijn ontwikkeld en toegepast om radicalisering van islamitische jongeren te voorkomen. Enkele van deze interventies zijn versterkt en overdraagbaar gemaakt. De training Werken met Solistische Dreigers in de Zorg van advies- en trainingsbureau Trifier is een van deze methoden. 

Wie zijn solistische dreigers?

De officiële definitie luidt: personen die - zonder medewerking van anderen - door middel van gedrag of woord, als gevolg van een individueel doorgelopen proces richting geweld, een dreiging vormen.Een deel van de terroristische aanslagen wereldwijd wordt uitgevoerd door geradicaliseerde eenlingen. Vaak blijkt na een aanslag dat de terrorist al langere tijd bekend was bij de hulpverlening en een proces van radicalisering heeft doorlopen. Dertig tot veertig procent van de solistische dreigers die tot een aanslag komt, heeft psychische problemen – zo blijkt uit onderzoek. Dit betekent dat hulpverleners in de ggz mogelijk met hen in contact komen. Ggz-professionals spelen daarom in potentie een belangrijke rol spelen bij de vroegtijdige signalering van radicalisering.

Waarom deze interventie?

Hulpverleners hebben moeite met het duiden, signaleren en handelen rondom het proces van radicalisering. Hierdoor kan het zijn dat een mogelijk radicaliserende cliënt niet opgemerkt wordt en daardoor door het systeem van de hulpverlening glipt. Door middel van de interventie leert een ggz-hulpverlener om signalen van radicalisering of het overgaan tot extreem geweld te duiden, signaleren en beoordelen. Ook biedt het hulpmiddelen zodat degenen die deze training hebben gevolgd, in staat zijn hun collega’s te ondersteunen wanneer zij signalen van radicalisering tegenkomen.

Hulpverlener leert signalen van radicalisering vroegtijdig signaleren

Naast de basistraining biedt Trifier ook andere leerondersteuning in het kader van werken met solistische dreigers. Bijvoorbeeld advies, coaching en consultancy voor leidinggevenden, managers en bestuurders als het gaat om de organisatorische context van waaruit hulpverleners werken. Deze staan echter niet beschreven in het handboek, dat richt zich uitsluitend op de training.

Hoe kan een ggz-professional met deze interventie een risico-inschatting maken van radicalisering?

Volgens Mark van Peufflik van Trifier hebben hulpverleners soms een onderbuikgevoel bij een cliënt. Dit is een subjectieve antenne waarin de eigen opvattingen van de hulpverlener een rol spelen. De interventie biedt hulp bij het duiden van eigen standpunten met betrekking tot radicalisering. Zodoende kan een ggz-professional door een meer objectieve bril naar veranderingen van een cliënt kijken. Vervolgens gaat de hulpverlener via deze interventie aan de slag met het herkennen van een bepaalde mate van radicalisering. Daarna met het leren inschatten van het risico dat een cliënt daadwerkelijk in staat zal zijn om een aanval of aanslag te plegen.

Welke resultaten heeft deze interventie al geboekt?

Van Peufflik zegt dat je niet een-op-een kunt stellen dat je met de interventie daadwerkelijk radicalisering voorkomt. ‘De preventie van radicalisering is überhaupt een lastig vraagstuk en niet enkel verbonden aan deze methode’, stelt hij. ‘Als iemand niet radicaliseert terwijl er wel vermoedens zijn, dan is er nooit echt een causaal verband tussen jouw preventieve interventies en het uitblijven van daadwerkelijke radicalisering waarbij iemand tot een aanslag komt.’ Wel stelt Van Peufflik dat professionals meer bewust zijn van hun eigen perspectief en dankzij deze methode andere gesprekken met hun cliënten voeren.

Ga het gesprek met de cliënt aan zonder de vertrouwensband te schaden 

Ook is de reactie van hulpverleners dat zij meer bezig zijn met het thema voorgenomen geweld. ‘De interventie biedt handvatten om het gesprek met de cliënt aan te gaan, zonder daadwerkelijk het onderwerp radicalisering bespreekbaar te maken en de vertrouwensband tussen hulpverlener en cliënt te schaden. Professionals geven meer vorm aan professioneel handelen in situaties waarin zij vermoeden dat er sprake is van voorgenomen geweld. Dat professioneel handelen bestaat uit handelingsalternatieven die zij multidisciplinair bedenken en hen in staat stelt om anders of beter te kunnen samenwerken met ketenpartners.’

Aan de slag

Wilt u in uw ggz-organisatie aan de slag met deze interventie? Binnenkort is het handboek beschikbaar via de website van Trifier. Heeft u vragen, neem dan contact op met Trifier. De contactgegevens van het advies- en trainingsbureau vindt u ook op hun website. 

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

18 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.