Het onderwijs kent vele doelen en dat lijken er alleen maar meer te worden. Grofweg willen we dat kinderen zichzelf ontwikkelen, kennis en vaardigheden opdoen en leren omgaan met anderen. Maar behalen we die doelen als veel kinderen in een klas zitten met kinderen met een vergelijkbare achtergrond? Met andere woorden: als er sprake is van onderwijssegregatie? De sociaaleconomische status van ouders blijkt namelijk een goede voorspeller te zijn van de school waarop kinderen terechtkomen. 

Bubbels

In de (middel)grote steden zijn veel wijken gesegregeerd. Het aantal scholen, met name in de G4, dat zichzelf als heel gesegregeerd beschouwt ligt hier vele malen hoger dan in de rest van Nederland. Uit recent onderzoek van Oberon blijkt dat ouders en kinderen een school kiezen die dicht bij huis staat, met een goede kwaliteit en sfeer.

Woonsegregatie verklaart dus deels de segregatie binnen het onderwijs, maar is zeker niet de enige oorzaak. Een school moet ‘ons soort mensen’ bevatten, vinden veel ouders. Tel hierbij op dat wij in Nederland een kleurrijk palet aan scholen kennen. Zo zijn er bijvoorbeeld dalton-, rooms-katholieke, islamitische en humanistische scholen. En dan kan de inrichting van de school ook nog eens een extra geurtje toevoegen: tweetalig onderwijs, technasia of scholen met extra aandacht voor sport of theater. De keuze is reuze en als jouw smaak er niet bij zit, zijn er ook nog mogelijkheden om zelf een school op te richten. De vrijheid die scholen krijgen op een eigen signatuur is enerzijds een groot goed, maar kan er ook voor zorgen dat er ‘bubbels’ van gelijkgestemden in scholen ontstaan. Deze bubbels worden vaak ook niet doorgeprikt in het voortgezet onderwijs, wat wordt gekenmerkt door uitsplitsing naar onderwijsniveaus.

En is die onderwijssegregatie dan een probleem? Zou de onderwijskwaliteit niet centraal moeten staan? En als die onderwijskwaliteit goed is, dan maakt het toch niet uit of je met Annabels, Ricardo’s, Salima’s of een paar Henken in de klas zit? De afgelopen 10 jaar leek deze visie de boventoon te voeren, maar de laatste jaren zie ik een ommekeer.

Maar is er wel wat aan te doen als een school gesegregeerd raakt of is het slechts een gegeven? En wordt dit als positief of negatief ervaren?

Tweedeling in de samenleving

Vanuit scholen, maatschappelijke partijen, ouders, gemeenten en de politiek hoor ik steeds vaker zorgelijke signalen terug. Over dat onderwijs het begin vormt van de tweedeling in de samenleving of dat we onze kinderen niet meer kunnen afleveren als volwaardige burgers. Kinderen die zich niet meer kunnen verplaatsen in andere kinderen, veel vooroordelen hebben of die raar opkijken van afwijkende meningen. Scholen die te maken krijgen met een opeenstapeling van problemen: armoede, gezondheid, taalachterstanden, het gemis van sociaal kapitaal en geen betrokkenheid van ouders. De link tussen onderwijssegregatie en kansenongelijkheid is dan al snel gelegd.

Maar is er wel wat aan te doen als een school gesegregeerd raakt of is het slechts een gegeven? En wordt dit als positief of negatief ervaren? Verplaats je maar eens in de schoenen van een schooldirecteur die ziet dat zijn school alleen kinderen aantrekt van ouders uit de villawijk. Of de lerares die kinderen van hoogopgeleide ouders voorbij haar school ziet fietsen, omdat die ouders haar school niet geschikt vinden voor hun kind.

Gemengde scholen

Een school gemengd krijgen is een langdurig en complex traject. Er zijn in ieder geval een aantal ingrediënten nodig. Allereerst moeten de school, de gemeente en het samenwerkingsverband iets aan onderwijssegregatie willen doen. Dit klinkt makkelijk, maar het onderwijs staat voor vele vuren tegelijkertijd. Daarnaast moet er een voedingsbodem zijn om een gemengde school te bewerkstelligen. Dat wil zeggen dat in de buurt van de school ouders en kinderen van verschillende sociaaleconomische achtergronden wonen. De meeste winst lijkt dan ook te boeken op scholen die staan in een gemengde wijk, maar toch een eenzijdige leerlingenpopulatie hebben. Daar zijn de keuzes van ouders en leerlingen blijkbaar van doorslaggevend belang.

Slechts een zeer klein aantal scholen zal bewust groepen leerlingen buiten de deur houden, maar onbewust kan dit wel een gevolg van het schoolbeleid zijn. Denk bijvoorbeeld aan het wegadviseren van kinderen omdat zo’n kind beter op zijn plaats is op een andere school, het invoeren van een hoge vrijwillige ouderbijdrage of onduidelijkheid over de toelatingseisen.

De manier waarop we het onderwijs vormgeven, heeft invloed op de samenleving van de toekomst

Oplossingen

Hoewel we meer onderzoek nodig hebben om te weten welke maatregelen het meeste effect hebben, wordt er al veel bereikt. Denk aan scholen en gemeenten die samen afspraken maken over de spreiding van leerlingen met een achterstand of nieuwe ouders in een gerenoveerd deel van de wijk die zich verenigen en samen naar de school in de buurt gaan. Of denk aan middelbare scholen die een deel van hun onderwijs niveau-overstijgend inrichten of scholen die een vriendschap sluiten met een school uit een heel ander deel van de stad. Op de website van gelijke-kansen.nl vind je meer mooie voorbeelden. Want de complexiteit van dit probleem ontslaat ons niet van de verplichting ons in te zetten voor de oplossing. De manier waarop we het onderwijs vormgeven, heeft invloed op de samenleving van de toekomst!

Serie: De vele gezichten van segregatie in de wijk

Deze blog is de derde in een serie: de vele gezichten van segregatie in de wijk. Met deze maandelijkse serie willen we aandacht vragen voor het onderwerp segregatie, omdat segregatie binnen de samenleving lijkt toe te nemen, bijvoorbeeld in wijken waar mensen langs elkaar heen leven. In elke aflevering komt een ander aspect van segregatie aan bod.

Thema: 

Jouw bijdrage

1 + 2 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.