Als ik op mijn werk rondkijk, of me sommige buurtbijeenkomsten van voor ‘corona’ herinner, dan denk ik aan dit soort gesprekken:

  • ‘De rijken wonen daar en de armen wonen hier, zij hebben alles en wij moeten het maar doen met dit.’
  • ‘Daar kunnen we niks aan doen.’
  • ‘Maar gelukkig hebben we elkaar!’

In deze buurtbijeenkomsten gaat het dan meestal over de vraag: hoe kunnen we met elkaar bepaalde praktische problemen oplossen? Het woord segregatie valt niet, in deze multiculturele armere wijk, maar er wordt wel gepraat over de kenmerken ervan, over het anders-zijn en over afzondering.

Dezelfde mensen zeggen:

  • ‘Die mensen zijn anders, ze zitten altijd daar, zonderen zich af, ze spreken een andere taal, hebben een andere cultuur, ik begrijp ze niet.’
  • ‘Dan ga je toch naar ze toe, of nodig ze een keertje uit. Het zijn echt hele aardige mensen!’
  • ‘O, dus jij kent ze?’
  • ‘Een beetje, je zou ze een keer moeten uitnodigen.’
  • ‘Doe jij het lekker zelf, ik vind ze maar raar!’
  • ‘Nou zeg, het zijn mensen!’
  • ‘Ja, dus!? Ik kan geen hoogte van ze krijgen!’

Dan staat er meestal iemand of een groepje mensen op, die actief contact proberen te zoeken met die ‘andere’ mensen. En ze gaan op avontuur, waar hele mooie dingen uitkomen, als het gegund is.  

Absolute segregatie versus segregatieloos

Segregatie is een verdeling, een scheiding, op wat voor basis dan ook. Is segregatie iets normaals of abnormaals? We zijn ook weer niet compleet van elkaar gescheiden. Is er ook maar iets op deze wereld wat compleet gescheiden leeft? Zou dat überhaupt kunnen? Theoretisch zou dat betekenen dat geen enkel levend wezen een ander levend wezen op enige manier kan benaderen. En segregatieloos, zou dat dan betekenen dat elk levend wezen continu op elke mogelijke manier met de ander verbonden is?

Het lijkt erop dat segregatie een voorwaarde is voor verschil en diversiteit, het hebben van een unieke identiteit

Permeabiliteit

We kunnen redelijk vaststellen dat een zekere mate van segregatie onderdeel is van het leven, het hoort erbij. Zonder zouden we een eenheid zijn. Zonder individuele voorkeuren, kenmerken, wensen, enzovoort. Het lijkt erop dat segregatie in die zin een voorwaarde is voor verschil en diversiteit, het hebben van een unieke identiteit. Door segregatie kan men talenten ontwikkelen op de manier waarop hij of zij dat wil. De scheidingen zijn meestal niet absoluut en kennen een permeabiliteit: de mate waarin de barrière doorlaatbaar is. Alleen bepaalde mensen hebben vrij toegang, variërend in gradaties. We kunnen de permeabiliteit en iedereen in de gesegregeerde groep verder met rust laten, of er worden eigen ingangen gecreëerd.  

Doolhof van interactie

Wanneer is het toegestaan om zelf ingangen te creëren? Hoe doe je dat dan? Waarom zouden we het überhaupt willen? Zijn er voorwaarden of criteria om succesvol segregatie te overbruggen? Wat houdt succes dan in? Hebben we succesverhalen en hebben wij geloofwaardige rolmodellen die dit kunnen? Maar weinigen staan stil bij waar ze mee bezig zijn, en nog minder met de consequenties.

Maar op basis van oprechte, goede intenties, kan in principe iedereen een ingang creëren. Als men zich in ieder geval de tijd gunt om door het doolhof van interactie te gaan, om dat moment van herkenning en gemeenschappelijke interesse te vinden. Of je dan krijgt wat je wilt is een tweede. Maar goed, ook hier geldt: ‘niet geschoten is altijd mis’.

Serie: De vele gezichten van segregatie in de wijk

Deze blog is de eerste in een serie: de vele gezichten van segregatie in de wijk. Met deze maandelijkse serie willen we aandacht vragen voor het onderwerp segregatie, omdat segregatie binnen de samenleving lijkt toe te nemen, bijvoorbeeld in wijken waar mensen langs elkaar heen leven. In elke aflevering komt een ander aspect van segregatie aan bod.

Jouw bijdrage

1 + 14 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.