Alweer 25 jaar geleden promoveerde ik aan de TU Delft. Een attente collega bij mijn huidige werkgever – de gemeente Den Haag – stuurde me afgelopen week een digitale kopie van het titelblad van mijn proefschrift met bovenstaande titel. Hij was er op een of andere manier tijdens het googelen op terecht gekomen.

Het ging over de processen die speelden op de woningmarkt in de grote steden en de positie van arme en rijke huishoudens in de steden. Liberalisatie op de woningmarkt en een terugtredende overheid zouden tot mijn toen stellige overtuiging leiden tot meer ruimtelijke segregatie, meer uitsortering. Maar dat was natuurlijk in de vorige eeuw. En die tijd is al lang voorbij.

Het gekke is echter dat die drie bovenstaande termen vandaag de dag nog steeds actueel zijn als je het hebt over wonen en de ruimtelijke neerslag ervan. Bovendien is ruimtelijke segregatie duidelijk zichtbaar in de steden. Laat ik de drie termen van toen maar eens in het huidige perspectief zetten.

Inkomen

Met inkomen doel(de) ik natuurlijk vooral op de financiële mogelijkheden van huishoudens om ergens te wonen. Het is nog steeds de belangrijkste bepalende factor in Nederland waar en hoe je kan wonen. Gechargeerd kan je zeggen dat arme huishoudens vooral op de huursector zijn aangewezen en de rijke huishoudens meer keuzemogelijkheden hebben en veelal in een koopwoning bivakkeren. En dan worden kopers (57% in Nederland) en huurders niet gelijk behandeld in ons land, zo gaf dagblad Trouw op 2 oktober in Tijdgeest nog maar eens fijntjes weer in het artikel 'Geld in overvloed op de woningmarkt, maar ongelijk verdeeld'. Er gaat bijvoorbeeld jaarlijks maar liefst 7 miljard naar hypotheekrenteaftrek en ‘slechts’ 4 miljard naar huurtoeslag. Over segmentering en segregatie gesproken!

Maar inkomen kan anderzijds ook gaan over mensen die voor het eerst als nieuwkomer op de woningmarkt in Nederland starten. Als starter inkomen of instromen op de woningmarkt is tegenwoordig knap lastig. De markt zit op slot, er is veel concurrentie en zonder rijke ouders of een dosis geluk is het lang wachten of achteraan sluiten.

Het zou helpen om gedetailleerder te kijken naar huishoudenswensen en daarnaast vooral te kijken naar nabije huisvestingswensen in de buurt

Doorstromen

Ik zei het net al, de woningmarkt in Nederland zit potdicht, waarbij de doorstroming vrijwel tot stilstand is gekomen. Dat is natuurlijk te zwart-wit gezegd en er verhuizen natuurlijk nog best wel mensen, maar niet genoeg in verhouding tot de verhuiswensen van mensen. Dat ligt overigens maar ten dele aan de te lage woningbouwproductie. We bouwen in mijn ogen nog steeds te weinig vraaggericht. Het is al lang geen huisje-boompje-beestje meer, waarbij iedereen dacht aan het klassieke patroon van huishoudens- en gezinsvorming. Er zijn talloze huishoudensvormen en bovendien zijn ze vaak ook veel minder duurzaam dan in de vorige eeuw.

In de G4 wonen nu 70% of meer louter een- en tweepersoonshuishoudens (oud/jong, diverse culturele achtergronden, enz.) met zeer verschillende woonwensen. Dan is vraaggericht bouwen inderdaad complexer, maar geen excuus om op het aloude alternatief van het eengezinshuis terug te vallen ter bevordering van de doorstroming. Dat is hopeloos ouderwets. Natuurlijk chargeer ik, maar het zou helpen om gedetailleerder te kijken naar huishoudenswensen en daarnaast vooral te kijken naar nabije huisvestingswensen in de buurt. Immers, de meeste mensen verhuizen nog steeds over relatief korte afstanden. En doorstroming binnen bestaande wijken en buurten betekent ook dat huishoudens blijvend deel uitmaken van het sociale cement aldaar.

Uitsorteren

Dit is natuurlijk een bijzonder en niet vaak gebruikt Nederlands woord. Het ging mij er toen en nu om dat door sorteringsprocessen (op de woningmarkt) groepen (arme of rijke huishoudens) afgezonderd worden. Dan heb je het dus eigenlijk over ruimtelijke segregatie. Vaak heeft dat een negatieve connotatie, maar ruimtelijke segregatie hoeft helemaal niet verkeerd te zijn.

Het is belangrijk dat mensen wel de keuzevrijheid en -mogelijkheden hebben

Vaak wonen mensen met bepaalde leefstijlen graag bij elkaar; ze kiezen er zelf voor. Dat was in de vorige eeuw al zo en dat is nog steeds zo. En natuurlijk is dat met die talloze leefstijlen en huishoudenstypen steeds ingewikkelder te organiseren of te realiseren. Maar het is belangrijk dat mensen wel de keuzevrijheid en -mogelijkheden hebben. Wanneer mensen noodgedwongen ergens moeten wonen of blijven wonen en zich daar niet echt thuis voelen, dan kom je op de negatieve kant van ruimtelijke segregatie terecht en daar moeten we wat aan doen.

Inkomen, doorstromen en uitsorteren of ruimtelijke segregatie zijn van alle tijden. Starten met een lager inkomen aan het begin van je woningmarktcarrière is van alle dag. Dat geldt vervolgens ook voor het doorstromen op die markt; het liefst naar een locatie waar je zelf je bivak wil opslaan. Pas als die start onmogelijk wordt, als de doorstroming blokkeert zoals vandaag de dag en als je noodgedwongen ergens moet (blijven) wonen waar je eigenlijk niet wil zijn, dan is actie en reactie geboden. Dus: nieuw kabinet, rond die formatie snel af, grijp snel in op die te vrije woningmarkt, pak de regie terug en zorg voor een eerlijker segmentering.

 

Serie: De vele gezichten van segregatie in de wijk

Deze blog is de achtste in een serie: de vele gezichten van segregatie in de wijk. Met deze maandelijkse serie willen we aandacht vragen voor het onderwerp segregatie, omdat segregatie binnen de samenleving lijkt toe te nemen, bijvoorbeeld in wijken waar mensen langs elkaar heen leven. In elke aflevering komt een ander aspect van segregatie aan bod.

Anderen bekeken ook